2025 | Vuurland | A reminder of repetition
2024 | Marres Huis voor Hedendaagse Cultuur | ‘De Onzichtbare...’
2024 | Joep Vossebeld, ZOUT magazine | ‘Misschien zijn alle keuzes...’
2023 | Vuurland | Rituelen ter bewaring
2023 | Podcast ‘stille gronden’ CineSud
2023 | Joep Vossebeld | ‘Wat niet kan worden aangeraakt’
2023 | Vuurland | Gesprekken in tussenruimte
2023 | Notulen van het Onzichtbare | ‘Observaties van lichte dieren’
2022 | Marres Huis voor Hedendaagse Cultuur | ‘De ommuurde tuin’
2021 | Tijdschrift Ei | ‘Hoe de dingen aan het licht komen’
de verzameling bestaat op dit moment uit 7 delen, sommige gevonden, andere doorvertelde verhalen die inmiddels niet meer in het landschap zelf terug te vinden zijn.
object 1: een foto in negatief: een donker veld, daarboven een nog donkerdere lucht, in het midden van het beeld drijft een witte boom als een lichaam (verlicht) in een bijna zwarte rivier. de boom haalt in het donker adem, als armen strekken zijn takken zich.
object 2: een stapeltje kleurstalen in verschillende tinten wit, lichtbruin en rood die voorzichtig aan je refereren.
object 3: ‘de zonsopkomst als een dansbeweging’, een schilderij van eenentwintig vrouwen in het ochtendgloren. hun jurken in de wind die, in het tegenlicht, een gezamenlijk kledingstuk vormen. tegen de opkomende zon: een dier met twee keer zoveel armen als gezichten. een dans, een traag en regelmatig geluid van voeten die de grond raken. in kringen dansen de vrouwen door het grasland, hun hoofden bewegen van hun linker- naar hun rechterschouder, hun ogen neergeslagen. glasgordijnen in de wind, de maan en de zon beide zichtbaar, de vrouwen en hun vele handen richting de hemel opengevouwen.
object 3b: de tekst van het lied dat de geschilderde vrouwen zingen
Wij zijn net niet waargenomen worden
Wij zijn wolkenvelden
Wij zijn iets bijna opeten
Wij zijn uitgestorven zijn
Wij zijn klokhuizen in een rij
Wij zijn vele meeuwen in vlucht
Wij zijn de zich herhalende afstand tussen lantaarnpalen
Wij zijn een wolkeloze lucht
Wij zijn een lied herkennen
Wij zijn drie bekers omgedraaid
Wij zijn twee handen in gebed gevouwen
Wij zijn een witte vrachtwagen in de nacht die langs de snelweg stilstaat
Wij zijn het silhouet van een vrouw, laat op de avond, voor haar raam
Wij zijn een dier begraven
Wij zijn maanvormige kringen dansen
Wij zijn het licht dat net is uitgedaan
object 4: een bekervormig object dat deels uit zilver, deels uit een schelp bestaat, metaal en kalk. het voorwerp is groot en lijkt onhandig: een ondiepe schelp (eerder breed dan lang) ter grootte van een kleine voet. zilverachtig parelmoer, lichtroze alsof de zon er permanent doorheen schijnt.
object 5: een houten tandendoosje met witte bessen van maretakken afkomstig.
object 6, een klein boek met rituelen, op pagina 66 opengevouwen bij: ‘ritueel ter nagedachtenis’
je hebt iets wijdgestrekts, vele dorpen die samen een wijde omtrek vormen, je laat dingen niet graag aan het toeval over met je ondergronds en bovengronds aan elkaar gespiegelde wegen (weet ik dat zeker?) ik denk dat we graag dingen delen, soms iets van elkaar aan de oppervlakte leggen. diepe kuilen graven we, ze komen met elkaar in verbinding te staan. er zijn twee soorten manieren van openstellen lees ik: Bij open mijnen worden de delfstoffen ontgonnen aan de oppervlakte. Gesloten mijnen hebben naast een bovengronds gedeelte een ondergronds gedeelte. ik herken je landschap in de manier waarop mensen gesprekken voeren; lagen die over elkaar heen komen te liggen zodat ze (onverwacht) een uitzicht vormen.
van wikipediapagina: nl.wikipedia.org/wiki/Heuvelland_(Zuid-Limburg)
De begrenzing is niet formeel vastgelegd, er bestaan uiteenlopende opvattingen over welke gebieden wel en niet uit Heuvelland bestaan. In de ondergrond van Zuid-Limburg bevinden zich meerdere lagen uit verschillende periodes, waarvan een aantal aan de oppervlakte komen. Grof gebergtepuin wordt naar Zuid-Limburg getransporteerd en daar herkent men nu voor het eerst een uit het zuiden komende rivier die de Maas te noemen is. De opheffing van het gebied ging tevens gepaard met een lichte kanteling naar het noordwesten, waardoor het dal van de Oostmaas steeds hoger kwam te liggen. Na verloop van tijd werd de Maas dan ook gedwongen dit dal te verlaten. Het landschap ging relaties aan met andere formaties.
Zie ook Zuid-Limburg (Nederland), Nationaal Landschap Zuid-Limburg, Krijt-lösslandschap, Lijst van heuvels in Zuid-Limburg (Nederland), Heuvellandlijn, Mergelland
je zei me ooit dat: als doden terug zouden keren als landschap ik een bospad zou zijn; een uitgeholde weg die de vorm aanneemt van het leven dat zich langs me heen beweegt. geen namen, geen ingewikkeld licht dat we vangen. we zien een poort, twee helften die zich aan elkaar spiegelen en zo een doorgang vormen.
we bedenken een afscheidsritueel.
kort nadat ik bij je weg ging droomde ik koortsachtig van je, vaak veranderde je van landschap naar persoon naar weer andere personen. je splitste je soms op als iets dat tweevoudig buiten mij bestond, dat deed me dan altijd twee keer zoveel pijn. ik dacht vaak aan mijn eigen verdriet als een gedeelde ervaring, een soort dier waar we samen zorg voor droegen. een hondachtige, een wolf, die tussen ons in sliep toen we samen waren, nu over twee levens verdeeld. ik verwelkom het altijd, maar steeds vaker met een zwaar hart, niet om het dier zelf, maar om het feit dat ik het inmiddels steeds minder ruimte geef. ik ben niet bang het in de steek te laten, ik zal voor hem zorgen tot hij sterft, dan leg ik hem in linnen doeken en ik vlecht een mand rond zijn lichaam van wilgentenen die uit jouw aarde zijn gegroeid. een ronde doodsmand zonder begin of einde, een ondergrondse zon. de mand is een ei, de mand is een zaadje. ik plant het dier onder de appelboom.
als ik in de winter terugkom, zie ik maretakken groeien. de planten wonen in hoge bomen en kijken vanuit daar over je landschap uit. de maretak is een zeldzame half-parasiet die in Zuid-Limburg veel voorkomt. in de winter en late herfst is de maretak gemakkelijk te herkennen als de planten als planeten tussen de kale takken zichtbaar worden. er wordt gezegd dat oude geesten in de vorm van maretakken in de bomen huizen. een half levend wezen dat deels plant, deels mens is, maakt zich de bomen eigen. als de takken bloeien, en de witte bessen rijp zijn, steken de geesten op een avond over. dan denk ik aan je. Een landschap uit afwachten vormgegeven, een tot persoon gemaakt gebied door de brieven die ik je heb geschreven. om het heuvelland te troosten, dansen er die avond vrouwen in de heuvels.