2025 | Vuurland | A reminder of repetition
2024 | Marres Huis voor Hedendaagse Cultuur | ‘De Onzichtbare...’
2024 | Stadsgezicht | ‘Aan een ruimte die licht doorlaat’
2024 | Joep Vossebeld, ZOUT Magazine | ‘Misschien zijn alle keuzes...’
2023 | Vuurland | Rituelen ter bewaring
2023 | CineSud | ‘mini-DOCS 2023: stille gronden, Elisa Verkoelen’
2023 | Joep Vossebeld | ‘Wat niet kan worden aangeraakt’
2023 | Vuurland | ‘Gesprekken in tussenruimte’
2023 | Hard//hoofd | Illustraties bij ‘Lampedusa’ door Marieke Vreeken
2023 | Notulen van het Onzichtbare | ‘Observaties van lichte dieren’
2022 | Marres Huis voor Hedendaagse Cultuur | ‘De ommuurde tuin’
2021 | Tijdschrift Ei | ‘Hoe de dingen aan het licht komen’
De wereld en de dingen lijken zich los te hebben gemaakt van elkaar. De ruimte die ik moest vullen, die ik zelf moest vullen nadat je weg was gegaan, werd anders ook. Kleiner, groter, soms vervelend groot. De leegte die er kwam toen je ging, is precies even groot als ik. Het neemt dezelfde ruimte in: een negatieve ruimte, waarvan ik het positief ben.
Het gemis is daardoor op een bepaalde manier ook buiten mijzelf te plaatsen, ze is een ander geworden. Een eigen persoon met een eigen lichaam, mijn gemis. Ze lijkt niet op de dingen die ik mis, ze lijkt op mij.
Ze groeit in kleine beetjes. Groeit op als een kind in een huis. Vormt zich passend door de jaren, maar is niet van mij. Ik ben niet de eigenaar van dit tweede lichaam; het gemis is niet van mij, het gemis is van de wereld.
Het is zoals het water: geregeld zonder begin, midden of einde. Het is zoals de worm, die beide kanten op kan kruipen, maar door zijn naam altijd in verband gebracht wordt met afscheid en daarmee met een vorm van eeuwigheid.
Zoals het afscheid altijd te gebeuren staat, en met ons is. Diep in de zakken van onze winterjassen en diep in de palmen van de handen waarmee we elkaar uitzwaaien en loslaten.
Zo ziet het einde eruit, in vogelvlucht. Het lijkt te golven, tegelijkertijd dichterbij te komen en uit te varen. De eindeloze stranden die opdoemen uit de nacht, deinen op het licht dat ze door het water begeleidt, het licht dat zegt: kom hier, ik vang je op en zal ervoor zorgen dat het vanaf hier alleen maar beter wordt.