Vergezicht aan de plekken die ons voortbrachten
aan het zweven tussen binnen en buiten

ik leer het dorp hier langzaam kennen
wat grootbrengt en weer voortbrengt

ik luister naar de kinderen, luister naar de kranen
luister naar het eeuwige, het kabbelen van een kade

ik hoor haar als het zomer wordt
een hoge stem uit spookverhalen

ze roept hoog en schel en ver van over het water 
ik weet, ze brengt de schippers naar de haven

de hoofdstraat ademt eeuwig door, ik hoor haar bomen zachtjes praten
het geluid van hun bladeren, ruisden ooit anderen in slaap

ik leer het hier heel langzaam kennen, de kade, de mensen,
de muziek die hier al voor mij zong 

wordt even beeldend als de fanfare repeteert
zijn handen zijn een golfslag, dirigeren plots een waterkant

het schoolplein spreekt, na al die jaren, nog precies dezelfde taal, 
ik weet niet zeker hoe dat kan, hoe het nog steeds hetzelfde klinkt

het geluid van spelen lijkt altijd al te bestaan  
alsof het diep in kinderen zit

het beeld leert haar vorm dan tenslotte toch kennen
langs geluiden, langs verhalen nog het meest

vormt zich een uitzichtpunt, een hartslag
van wat men meekrijgt, wat hen thuisbracht

ik leer dat stiltes eigenlijk bestaan
uit geluiden die er altijd zijn geweest


Geschreven ter gelegenheid van de opening van ‘Vergezicht’, het gelijknamige beeld in de openbare ruimte in Maasbracht.

















































2026 © all rights reserved