Vergezicht
aan het zweven tussen binnen en buiten
ik leer het dorp hier langzaam kennen
wat grootbrengt en weer voortbrengt
ik luister naar de kinderen, luister naar de kranen
luister naar het eeuwige, het kabbelen van een kade
ik hoor haar als het zomer wordt
een hoge stem uit spookverhalen
ze roept hoog en schel en ver van over het water
ik weet, ze brengt de schippers naar de haven
de hoofdstraat ademt eeuwig door, ik hoor haar bomen zachtjes praten
het geluid van hun bladeren, ruisden ooit anderen in slaap
ik leer het hier heel langzaam kennen, de kade, de mensen,
de muziek die hier al voor mij zong
wordt even beeldend als de fanfare repeteert
zijn handen zijn een golfslag, dirigeren plots een waterkant
het schoolplein spreekt, na al die jaren, nog precies dezelfde taal,
ik weet niet zeker hoe dat kan, hoe het nog steeds hetzelfde klinkt
het geluid van spelen lijkt altijd al te bestaan
alsof het diep in kinderen zit
het beeld leert haar vorm dan tenslotte toch kennen
langs geluiden, langs verhalen nog het meest
vormt zich een uitzichtpunt, een hartslag
van wat men meekrijgt, wat hen thuisbracht
ik leer dat stiltes eigenlijk bestaan
uit geluiden die er altijd zijn geweest
‘Vergezicht’ werden geschreven en voorgedragen ter gelegenheid van de opening van het gelijknamige beeld in de openbare ruimte in opdracht van Gemeente Maasbracht.